


-
In de tweede stap begint het 'grotere' werk. Na de spelregels en de
basisvaardigheden van de vorige stap staan nu de eerste beginselen van tactiek
en positiespel op het programma. We leren aanvalstechnieken aan om op slimme
wijze materiaal buit te maken.
Tactiek speelt een grote rol in het schaken. Tactische mogelijkheden komen bij
gevorderde schakers voort uit goed positiespel, bij een tweede stapper komen ze
eenvoudig uit de lucht vallen. Alle partijen op dit niveau worden door tactiek
beslist en daarom is het logisch aan dit onderdeel veel aandacht te besteden.
Positiespel is voorlopig nog sterk ondergeschikt aan de tactiek. Het probleem is
dat zelfs de eenvoudigste positionele begrippen nog veel en veel te hoog
gegrepen zijn. De eerste aanzet wordt gegeven in de tweede stap maar de eerste
tijd kunnen positionele elementen beter bij de bespreking van partijen van de
kinderen naar voren komen.
Voor de leerlingen is vrijwel alles nieuw in de tweede stap. Er zijn dus minder
lessen dan in de andere stappen.
1: Activiteit van stukken
2: Dubbele aanval: dame (1)
3: Dubbele aanval: dame (2)
4: Penning
5: Uitschakelen verdediging
6: De 3 gouden regels
7: Mat in twee
8: Dubbele aanval: paard
9: Matvoering met de toren
10: Dubbele aanval: TLDK
11: Aftrekaanval
12: Verdedigen tegen mat
13: De korte notatie
In het extra werkboek staan 54 pagina's met opgaven, liefst 54x12=648-31 (tekeningen)= 617 opgaven. Er is een geheugensteun met richtlijnen voor het oplossen van de mixpagina's.
Allereerst komen de oefeningen met bekende thema's uit Stap 2 en een heel enkele uit de eerste stap op een hoger niveau:Lessen voor het plusdeel staan vanaf de negende druk in de handleiding van Stap 2.