- Geschiedenis van de stappenmethode.


  Geschiedenis  

De Stappenmethode van Rob Brunia en Cor van Wijgerden bestaat vanaf 1987.
In de jaren tachtig maakte Cor van Wijgerden veel stencils met opgaven voor de jeugd- en damestop van Nederland (hij was bondscoach van de KNSB).

De vraag naar dergelijke stencils op lager niveau werd alsmaar groter en zo ontstond het plan om verschillende niveaus te ontwikkelen. De ervaren trainers Rob Brunia en Herman Grooten waren bereid te helpen.

De laatste viel al na twee sessies af (vanwege de reistijd en de overlapping met het Brabantboek).
Door de schaak­technische en didactische ervaring van de beide auteurs te bundelen werd een verantwoorde leermethode ontwikkeld die goed aansluit bij de ontwikkeling kinderen (en volwassen beginners!).
In 1987 werden de eerste handleidingen en (losbladige) stencils in eigen beheer uitgegeven. De KNSB vond het risico te groot. In 1990 verscheen de vijfde handleiding en was de lesmethode min of meer afgerond.

Sindsdien zijn er flink wat aanpassingen en verbeteringen doorgevoerd. Helaas zonder Rob Brunia die begin 1991 door drukke werkzaamheden moest afhaken.


  Nieuwe werkboeken  

Voor veel lesgevers is het aantal oefeningen in de gewone werkboeken genoeg, maar niet voor iedereen. Al jaren is er vraag naar ‘meer’.

Naast de bestaande werkboeken zijn er daarom
Extra werkboeken en Plus werkboeken verschenen. Leerlingen kunnen op vrijwel hetzelfde niveau meer oefenen en zodoende kunnen zij langer over een stap doen.

Belangrijk is dat het moeilijkheidsniveau niet al te snel omhoog loopt. Het euvel van (te) snel doorgaan naar de volgende stap, waar veel kinderen veelal nog niet aan toe zijn, kan op deze manier enigszins tegengegaan worden.
Verder verhoogt het oplossen van opgaven natuurlijk de vaardigheid van het visualiseren (het zien van alle mogelijkheden in de huidige stelling en een of meer zetten vooruit).

Plus werkboek
In deze boeken is plaats voor:


Extra werkboeken
Een werkboek met slechts een geheugensteun en verder louter oefeningen. In de eerste helft staan alleen opgaven met dezelfde onderwerpen als in de 'stappen'. Die zijn niet alleen nuttig als extra oefening maar vooral ook als herhaling.
In de tweede helft zijn alle opgaven van het type: mix. Er is dus geen aanduiding van het thema van de oefening en lijken daardoor het meest op een echte partij. In het gewone stappenboek staan door plaatsgebrek te weinig van dergelijke opgaven.

 Diploma's en (proef)examens  

Elke stap kan worden afgesloten met een examen. Na een voldoende resultaat ontvangt de leerling het diploma van de bijbehorende stap.

Als voorbereiding op het examen is het verstandig een proefexamen te laten maken.
De 'Stappenmethode' heeft inmiddels ook haar eigen proefexamens
Ook voor de pluswerkboeken en de Opstapjes zijn er examens.

Rupert van der Linden heeft een fraai kleurendiploma ontworpen.


  Veel gestelde vragen  

Terug naar Jeugdschaak